Waar sociaal en fysiek elkaar vinden

VBA

Hoe zorg je dat een ingreep in de openbare ruimte meer oplevert dan een vernieuwde straat? Dat een rioolvervanging, klimaatmaatregel of onderhoudsproject ook bijdraagt aan ontmoeting, gezondheid, vergroening of kansen voor bewoners?

Die vraag staat centraal in de nieuwe Verkenning sociaal-fysiek samenwerken van Platform ISOR. Het rapport onderzoekt hoe gemeenten sociale en fysieke opgaven op gebiedsniveau beter met elkaar kunnen verbinden. Niet alleen in beleid, maar juist in de stap van ambitie naar uitvoering.

Een van de zeven praktijkvoorbeelden komt uit Amsterdam: de Verbonden Buurtaanpak, met Maaike Nicolai-Geerling als een van de drijvende krachten. De gedachte achter de Verbonden Buurtaanpak is  heel praktisch. In Amsterdam wordt voortdurend gewerkt aan straten en buurten. Die werkzaamheden zijn vaak vanuit een fysieke opgave gestart, maar bieden tegelijkertijd kansen om een buurt groener, gezonder en socialer te maken. De Verbonden Buurtaanpak probeert die kansen bewust mee te nemen en zo meer uit bestaande gemeentelijke investeringen te halen.

Versterking van gemeenschapszin
Dat gebeurde bijvoorbeeld in de Vogelbuurt-De Punt, de Jacques Veltmanbuurt, de Heggerankweg en de Rijnbuurt Oost. Daar werden fysieke opgaven zoals waterberging, fietsparkeren, toegankelijkheid en onderhoud verbonden met wensen en initiatieven uit de buurt. In de Vogelbuurt leidde dat bijvoorbeeld tot gesprekken met bewoners over hun voortuinen en geveltuinen. Een ontwerper vertaalde hun ideeën naar het ontwerp en een groencoach hielp bewoners vervolgens bij de aanleg. Volgens Maaike zat de opbrengst niet alleen in het groen: het gezamenlijke proces versterkte ook de gemeenschapszin en maakte nieuwe initiatieven kansrijker.

De lastigste verbinding zit in het midden
Veel gemeenten hebben ambities genoeg. En ook aan uitvoering ontbreekt het niet. Maar daartussen bevindt zich volgens de verkenning vaak een ‘tactisch gat’: de plek waar ambities moeten worden vertaald naar gezamenlijke keuzes over programmering, geld, verantwoordelijkheden en uitvoering.

Als daar geen eigenaarschap, mandaat of gezamenlijke werkwijze bestaat, kunnen opgaven zich wel in dezelfde buurt afspelen, maar toch in verschillende gemeentelijke processen terechtkomen.  Juist daarom noemt het rapport de Verbonden Buurtaanpak interessant. De aanpak verbindt de dagelijkse praktijk van projecten met het tactische niveau waarop andere keuzes kunnen worden gemaakt. Daarbij helpt dat er ook een verbinding is met stedelijke kaders, zoals Amsterdam maakt Ruimte en de Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte (USTOR).

Wat kunnen we hier in Amsterdam van meenemen?
De verkenning bevestigt een aantal lessen die we ook binnen Amsterdam in verschillende buurtaanpakken tegenkomen:

  • Begin bij wat er in een gebied daadwerkelijk samenkomt. Niet iedere ingreep hoeft maximaal integraal te worden. Maar waar fysieke, sociale en andere opgaven elkaar raken, loont het om vroeg te onderzoeken wat je kunt verbinden.
  • Organiseer de verbinding vóórdat het project dichtgetimmerd is. Zodra scope, budget en planning volledig vastliggen, wordt meekoppelen moeilijk. Bij de Verbonden Buurtaanpak blijkt juist dat wat extra tijd en middelen aan de voorkant veel meerwaarde kunnen opleveren.
  • Maak ruimte voor verbinders, maar maak hen niet alleen verantwoordelijk. Gebiedsmanagers, programmaregisseurs en andere grenswerkers kunnen werelden bij elkaar brengen. Het rapport waarschuwt er tegelijkertijd voor dat zij zonder mandaat, middelen en toegang tot de juiste tafels het ‘tactische gat’ op eigen kracht moeten proberen te dichten.
  • Verbind gebied, uitvoering én stedelijke sturing. Een goede samenwerking in de buurt alleen is niet genoeg. Wat daar geleerd en ontwikkeld wordt, moet ook kunnen doorwerken in programmering, standaarden, budgetten en opdrachtverlening.

Daar zit de belangrijkste boodschap van deze verkenning, want gebiedsgericht werken gaat niet alleen over meer samenwerken in een gebied. Het vraagt ook dat de gemeentelijke organisatie zo is ingericht dat wat in een buurt nodig blijkt, daadwerkelijk kan doorwerken in keuzes en uitvoering.

De Verbonden Buurtaanpak laat zien hoe dat er in de praktijk uit kan zien: niet door voor iedere buurt een compleet nieuw programma op te tuigen, maar door slimmer gebruik te maken van het moment waarop de stad tóch al aan het werk gaat. En vervolgens de vraag te stellen: als we hier toch investeren, welke waarde kunnen we dan nog meer toevoegen voor deze buurt?

De Verkenning sociaal-fysiek samenwerken van Platform ISOR bevat naast Amsterdam zes andere praktijkverhalen en brengt de lessen daaruit samen rond gebiedsgericht werken, verbindingsfuncties en het overbruggen van het tactische gat.

>> Lees de Verkenning sociaal-fysiek samenwerken van ISOR