Buurtaanpak Tuindorp Oostzaan Oost: sterke bodem, sterkere buurt
In Tuindorp Oostzaan Oost, een karakteristieke Amsterdamse wijk met meer dan honderd jaar geschiedenis, zorgt de bodem voor veel uitdagingen. De grond zakt, het grondwater staat hoog, en bij hevige regenbuien hebben bewoners steeds vaker last van wateroverlast. Het project Bodem voor de Buurt wil daar verandering in brengen. Niet alleen door de bodem te versterken, maar ook door kennis te delen en de gemeenschap te betrekken.
‘We werken aan een betere bodem, maar ook aan een sterkere buurt’, vertelt Glenn Janssen, omgevingsmanager bij het Ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam en verantwoordelijk voor kennisdeling binnen dit Europese project (Ground for Wellbeing).
Van tijdelijke woningen naar een duurzame toekomst
Tuindorp Oostzaan werd ooit gebouwd als tijdelijke arbeiderswijk voor havenarbeiders, maar een eeuw later staan de huisjes er nog steeds. En dat is niet zonder gevolgen. De huizen zijn niet op palen gefundeerd, maar op platen die op een slappe bodem staan, en steeds verder zakt. Daarbij komt een hoge grondwaterstand, waardoor regenwater moeilijk weg kan en vochtproblemen kunnen ontstaan, en bomen niet diep kunnen wortelen en makkelijker omvallen. Het project Bodem voor de Buurt is opgezet om deze structurele problemen aan te pakken. ‘Het is een startpunt’, zegt Glenn. ‘We lossen niet alles in één keer op, maar we verzamelen kennis en testen maatregelen die de bodem en de buurt toekomstbestendiger maken.’
Drie pijlers
Het project heeft drie pijlers gekozen die samen de basis vormen voor (het werken aan) een gezonde bodem en een leefbare buurt:
- Het Plejadenplein
Dit is een centrale ontmoetingsplek met een iconisch pierenbadje. Hier wordt gewerkt aan een nieuwe inrichting die regenwater beter opvangt en afvoert. Tegelijk wordt gekeken hoe het plein socialer en groener kan worden met meer schaduw en zitplekken.
- De Meteorenweg
Deze straat, ten zuiden van het Plejadenplein, krijgt een nieuw ontwerp om ook daar de waterafvoer te verbeteren. Voor dit onderdeel ligt al een plan, maar de uitvoering volgt later.
- Maatregelen aan huis en tuin
Samen met bewoners wordt gekeken wat zij zelf kunnen doen: tegels eruit, meer beplanting, of andere maatregelen om regenwater beter te laten weglopen.
Kennis delen als motor van verandering
Wat Bodem voor de Buurt bijzonder maakt, is de manier waarop kennisontwikkeling en samenwerking centraal staan. Het project is onderdeel van een Europees samenwerkingsverband met onder meer steden in Roemenië, Denemarken en Spanje. Denemarken kent vergelijkbare waterproblematiek in stedelijke gebieden, terwijl ze in Spanje (Lorca) juist te weinig water hebben wat weer andere inzichten oplevert over waterbeheer en adaptieve maatregelen. De internationale samenwerking helpt om goede voorbeelden en alternatieve werkwijzen te vergelijken en kennis te delen over waterbeheer, klimaatadaptatie en participatie. De uitwisseling helpt lessen te halen die toepasbaar zijn in Amsterdam en andersom.
Binnen Amsterdam werkt de gemeente samen met onder meer Waternet, Ymere, de Hogeschool van Amsterdam (HvA), het kenniscentrum Bodem en Fundering, Muzus (voor participatie) en One Architecture (voor het ontwerp). Ook de GGD Amsterdam denkt mee over de sociale dimensie.
‘Het is uniek dat zoveel partijen hier echt samen investeren’, zegt Glenn. ‘Ze brengen niet alleen hun expertise in, maar ook tijd en betrokkenheid. Dat maakt het project sterk.’
Onderzoeken met oog voor mens en natuur
Naast de technische onderzoeken naar grondwaterstanden en hittestress, lopen er innovatieve studies die de sociale en ecologische kant belichten. Zo onderzoekt de Universiteit van Amsterdam het ‘ritme’ van het Plejadenplein: hoe het plein door bewonersgroepen en zelfs door de natuur wordt gebruikt in de verschillende seizoenen. Dit ritmeonderzoek helpt om de ontwerpkeuzes aan te laten sluiten op verschillende groepen en gebruiksmomenten. Een ander onderzoek, uitgevoerd met (het model) Zoöp, geeft ook ‘niet-menselijke bewoners’ zoals planten, dieren en micro-organismen een stem bij de herinrichting.
De Hogeschool van Amsterdam bekijkt tot slot hoe bewoners het proces ervaren: voelen zij zich betrokken, gehoord en geholpen? Die inzichten helpen om toekomstige projecten socialer en effectiever te maken.
De kracht van verbinding
Naast kennisdeling is de verbinding met bewoners een belangrijk doel. Onderzoeksbureau Muzus organiseert participatiebijeenkomsten waarin buurtbewoners hun ideeën delen over het ontwerp van het plein en de straat. De gemeente houdt via nieuwsbrieven, de website Bodem voor de Buurt en lokale media de bewoners op de hoogte van de voortgang. ‘We merken dat mensen graag meedenken’, vertelt Janssen. ‘Tuindorp is een wijk met veel sociale huurwoningen en bewoners met uiteenlopende achtergronden. Door samen te werken aan iets concreets – een plein, een tuin, een betere bodem – ontstaat er ook meer onderlinge verbinding.’
Leren voor de toekomst
De lessen uit Tuindorp Oostzaan Oost reiken verder dan de wijkgrenzen. Alle onderzoeken en ervaringen worden gedeeld via open platforms, kennissessies en publicaties, zodat ook andere steden kunnen leren van de aanpak. Het aanjaagteam van Slim* draagt bij in kennisverspreiding van geleerde lessen in de netwerken die zij verbindt. Glenn: ‘wat we hier doen, is niet alleen een bouwproject, maar het is een leerproces – voor ons, voor de buurt, en voor andere steden die met dezelfde problemen te maken hebben. Een betere bodem begint met kennis.’
‘Het mooiste aan dit project’, besluit Glenn, ‘is dat we technische innovatie combineren met sociale creativiteit. Je ziet dat kennisdeling niet iets is wat ná het project gebeurt, maar in het project plaatsvindt.’
>Bekijk ook de video over Tuindorp Oostzaan Oost
Verdieping
– Bodem voor de buurt (projectsite voor buurtbewoners)
– Ritme onderzoek (input ontwerpkeuzes)
– Zoöp-model
Wil je meer weten over inzichten en het leerproces in dit project?
>Kom naar de kennissessie op 27 november bij Hogeschool van Amsterdam
