‘Gracht van de Toekomst’ Sessie III: Vanuit verschillende perspectieven samen ontwerpen

Toekomstdenken

Hoe zouden de grachten, straten en panden in de Amsterdamse binnenstad er in 2100 uit kunnen zien? Hoe koppelen we zo’n toekomstbeeld aan diverse stedelijke opgaven, zoals de vernieuwing van de kademuren, de energietransitie en klimaatadaptatie? En kunnen we dat vertalen in ontwerpen die nu al gebouwd kunnen worden? Deze vragen stonden centraal op 20 november 2020 tijdens een online ontwerpsessie ‘Gracht van de Toekomst’ als onderdeel van het Koppelkansen Traject Amsterdam.

Deze blog beschrijft de aanloop naar de ontwerpsessie, de sessie zelf evenals de opbrengsten. Dit met als primair doel inzicht te bieden in het proces, en te leren vanuit de praktijk: Hoe kun je werken aan het ontwerpen van koppelkansen? Wat zijn belangrijke overwegingen daarbij? En wat zegt dit over (meervoudige) waardecreatie?

Download hier het verslag (.PDF) of lees verder beneden 

 

Herbronnen

Het was alweer een tijdje geleden. De laatste keer dat er werd ontworpen was in het voorjaar van 2019. De twee ontwerpsessies die toen plaatsvonden  leverden waardevolle inzichten op, zowel op inhoudelijk als op procesmatig vlak. Er werden allerlei waarden en kansen in het gebied geïdentificeerd, en er werd een eerste schetsprofiel van de Gracht van de Toekomst gemaakt. Tegelijkertijd kwamen er ook een aantal zaken aan het licht die het casusteam aan het denken zette:

  1. Het bleek lastig om tot vernieuwende ideeën te komen. De meeste ontwerp-ideeën kwamen voort uit sectorale kokers, en boden oplossingen voor deelproblemen in het hier en nu, en minder voor de lange termijn.
  2. Er was nog onvoldoende zicht op de verschillende opgaven in de binnenstad. Experts kenden elkaar en elkaars opgaven nog niet goed.
  3. Er was sprake van een zekere participatie-moeheid onder bewoners en ondernemers. Deze zagen deelname aan andere participatietrajecten vaak niet vertaald worden naar concrete oplossingen in de wijk. Ook bleken gemeentelijke afdelingen niet altijd goed op de hoogte te zijn van elkaars initiatieven, waardoor lessen niet werden meegenomen.

De herbronning die hierop volgde leidde tot een drietal acties:

  • Het team besloot eerst de opgaven in het gebied beter in beeld te brengen via een reeks interviews met experts en een tweetal ronde-tafels.
  • Er werd een inspiratiesessie georganiseerd om te werken aan het toekomst-denken.
  • Er werd besloten om eerst met professionals aan de slag te gaan, alvorens beter geïnformeerd en met concretere ontwerp-ideeën terug te keren naar bewoners en ondernemers.

Afwegingskader

Als opmaat naar een nieuwe ontwerpsessie met professionals werd nagedacht over: wat zijn koppelkansen nu eigenlijk? En hoe maken we een keuze tussen verschillende koppelkansen?

Geïnspireerd door de ordening van programmalijnen van Brainport Smart District in Helmond werd er een eerste richtinggevend kader opgesteld. Dit zogenaamde ‘kleurenschema’ stelde koppelkansen voor als ‘koppelingen of combinaties tussen domeinen’.

Pogingen om dit verder uit te werken leidden onder andere langs prioriteitenladders voor bijvoorbeeld circulariteit en mobiliteit. Deze zouden het team in staat kunnen stellen om iets meer gedifferentieerd en ‘objectief’ te oordelen over verschillende koppelkansen. Een dergelijke ladder was echter niet voor elke opgave beschikbaar, en zelf prioriteitsladders maken bleek een ingewikkelde en tijdrovende exercitie. Minstens zo belangrijk was de inschatting dat dergelijke schema’s niet makkelijk inpasbaar zouden zijn in ontwerpsessies, noch de creativiteit zouden bevorderen.

Parallel aan het opstellen van een afwegingskader werd gepoogd reeds geïdentificeerde koppelkansen te systematiseren. In het afgelopen jaar waren verschillende Koppelkansen de revue gepasseerd, van modulaire kademuren tot groene pocketparkjes, en van thermische energie uit grachtenwater tot waterstoepen. In verschillende iteratierondes zijn de koppelkansen gebundeld tot een koppelkansen menukaart. Deze inventariseert wat de (mogelijke) bijdrage van elke koppelkans is aan:

  • Een 7-tal opgaven in het fysieke domein (voortkomend uit een inventarisatie van opgaven in de binnenstad).
  • Een 3-tal kernwaarden van het gebied volgens bewoners en ondernemers (voortkomend uit de eerste ontwerpsessie).
  • Een 4-tal kernwaarden van betrokken partijen (voortkomend uit een bachelor-scriptie aan de Universiteit van Amsterdam).

Richtingaanwijzers

Besloten werd om de menukaart niet rechtstreeks in te zetten in de ontwerpsessie, maar visueel te vertalen naar Conceptboard, een online tool die de mogelijkheid biedt om met een groep virtueel te tekenen en te schrijven.

Daarmee was de voorbereiding op de ontwerpsessie nog niet klaar. Mede de op basis van de inspiratiesessie, is er gewerkt aan enkele elementen die de deelnemers uit het ‘hier en nu’ zouden kunnen halen:

  • Een schets van de historische ontwikkeling van de binnenstad in beeld en geluid (1600 tot nu).
  • Een verkenning van de verre toekomst in verhaalvorm met ‘gekke’ ideeën (bijv. binnenstad als attractiepark, als VR-experience, of als overstroomd of bezet gebied).
  • Drie ‘perspectieven’ – connectiviteit, collectiviteit en duurzaamheid – als uitgangspunt voor het nadenken over specifieke sets koppelkansen (zie menukaart).
  • Een tijdlijn reikend van de nabije tot de verre toekomst (2025-2050-2100).

Verder werd binnen en buiten betrokken organisaties (Gemeente Amsterdam, Waternet, Liander) gezocht naar een combinatie van ‘experts en vrije denkers’. Deelnemers werden uitgenodigd om mee te denken over een ‘visionair en integraal ontwerp waarin alle relevante ambities worden meegenomen’.

Verder bevatte het programma dat enige tijd later werd toegestuurd een nieuwe definitie van een koppelkans. Deze vormt niet alleen een inhoudelijke aanscherping en uitbereiding op de eerdere definitie (‘koppelingen tussen domeinen’), maar ook gaat ook in op de manier waarop koppelkansen tot stand komen:

Een koppelkans is een interventie die meerdere ambities van de stad tegelijkertijd dient, daarmee synergie creëert en de potentie voor meervoudige waardecreatie in zich draagt. Voor het realiseren van een koppelkans heb je bijna altijd meerdere partijen nodig. Ze zijn sector-overstijgend. Daarom ontwikkelen we ze samen.

Ontwerpen

De ontwerpsessie volgde op 20 november. Naast het Koppelkansen team zelf (12 deelnemers), sloten 15 genodigden aan. Na een ‘technische voorkamer’ met uitleg over het gebruik van Conceptboard, gingen de deelnemers 2,5 uur aan de slag, in drie delen:

  1. Gezamenlijke toekomstverkenning: Na introductie met beelden van de ontwikkeling van de binnenstad sinds 1600 volgde een blik op de verre toekomst. Om de geest en de pen los te maken, werd deelnemers gevraagd individueel een eerste schets van de Gracht van de Toekomst te maken. “Kun je een tekening maken van het grachtengebied in de wereld van 2100, rekening houdend met de transities waar het stadsdeel voorstaat?”
  2. Uitwerken Koppelkansen: Deelnemers werden ingedeeld in drie groepen. De groepen werd gevraagd om ontwerp-ideeën op Conceptboard te zetten. Dit in drie rondes, steeds vanuit een ander perspectief  – ‘connectiviteit’, ‘collectiviteit’ of ‘duurzaamheid’: “Als we nu vanuit dit perspectief naar de gracht van de toekomst kijken, welke koppelkansen zien we dan op verschillende tijdshorizons?”
  3. Reflectie op de koppelkansen: In de terugkoppeling is tot slot aan de deelnemers de vraag gesteld: “Van alle koppelkansen die u vandaag heeft langs zien komen, welke vindt u dan dat het meest verdient om uitgewerkt te worden en waarom?”

Opbrengsten

De ontwerpsessie leverde allerlei nieuwe inzichten op, zowel inhoudelijk als procesmatig. Eerst een greep uit de inhoudelijke opbrengsten:

Ten eerste leverde de sessie een aantal nieuwe koppelkansen op, variërend van ‘energie opwekken uit grachtenwater door getijdestroom’ (Conceptboard Connectiviteit), tot ‘zelfhelende groene kademuren’ die water zuiveren en tevens functioneren als kleine ecosystemen (Conceptboard Duurzaamheid), en een ‘nutsbuurthuis’ dat sociale functies met nutsfuncties combineert (Conceptboard Collectiviteit).

Ten tweede gaf de sessie zicht op voorkeuren wat betreft verder uit te werken koppelkansen. Waar zit de inspiratie en de mogelijkheden? In de sessie kwamen thema’s als logistiek, mobiliteit, groen en stadslandbouw nadrukkelijker aan de orde dan voorheen. Daaruit volgde een voorkeur voor onder meer het beter benutten van grachten voor o.a. transport, voedselproductie en ontmoeting, en voor ‘parkstraten’ die kunnen bijdragen aan o.a. verkoeling, waterverwerking en welzijn. Een aantal koppelkansen dat in eerdere fases nadrukkelijk in beeld was geweest, kwam nu juist minder aan bod, zoals ‘off-the-grid’ opties en ondergrondse constructies voor kabels en leidingen.

Nog meer dan dit alles viel op dat sociale thematiek als ‘community building’, ‘burgerbewustzijn’, ‘social cohesie’ en ‘menselijk contact’ naar voren kwam als mogelijkheid voor het werken aan koppelkansen. Dit sluit aan bij een zorg die in 2019 door de bewoners was geuit. Veel voorstellen voor fysieke maatregelen werden dan ook in dit licht bekeken. Hoe dragen interventies bij, niet alleen aan opgaven in het fysieke maar ook in het sociale domein?

In het verlengde van dit inzicht bracht de sessie, ten derde, een aantal waarden aan het licht die niet eerder zo prominent waren benoemd. Ten eerste ‘verbinding’ met jezelf, met anderen en met de fysieke omgeving; is een rustige of juist in een levendig gebied daar de beste omgeving voor? Ten tweede ‘gezondheid’; kunnen bewegen en sporten is belangrijk, zeker in een tijd waarin dit minder vanzelfsprekend is geworden. En ten derde ‘biodiversiteit’; de ondergrond is niet alleen een 3-D entiteit voor fysieke infrastructuur, maar ook een voedingsbodem voor allerlei ecosysteem diensten.

De uitkomsten werden echter niet allemaal voor zoete koek geslikt. Deelnemers plaatsten een aantal belangrijke kanttekeningen. Zo werd gesteld dat het van belang is ‘zorgvuldigheid’ te betrachten bij het nemen van maatregelen; hoe behouden we het historische karakter van de binnenstad, o.a. de karakteristieke ‘stenige kades’? En moeten we de openbare ruimte in de grachtengordel wel (opnieuw) gaan ‘volproppen met allerhanden objecten’? Verder werden er vraagtekens gezet bij de sociale en economische maakbaarheid. Gezien het ‘sterk verdeelde eigendom van de binnenstad’, kun je dan wel zomaar uitgaan van gezamenlijkheid en collectiviteit? Gaan eigenaren bijvoorbeeld wel akkoord met  gemeenschappelijke binnentuinen?

Meer? Download hier het meer gedetailleerd verslag van de ontwerpsessie.

Waardecreatie

Deze inhoudelijke opbrengsten zijn niet los te zien van het co-creatie proces waarin ze te stand zijn gekomen. Maar hoe zit het met oorzaak en gevolg? Hebben de uitkomsten te maken met het gebruik van technieken voor toekomst-denken, met de online ontwerp-omgeving, of met het bij elkaar brengen van een specifieke groep mensen? Dat is moeilijk te ontrafelen. Van alles een beetje zou je kunnen denken. Wel mogelijk is om (gevoelsmatig) een aantal specifieke elementen uit te lichten die goed leken te werken:

  • Gericht uitnodigen van deelnemers: Er is veel werk gestoken in de voorbereiding van de ontwerpsessie. Niet alleen is er goed gekeken naar wie uit te nodigen, maar ook naar hoe deze mensen uit te nodigen. Deelnemers komen vooral uit het professionele netwerk van teameden, en konden op deze manier persoonlijk worden uitgenodigd. Daarnaast worden de uitnodigingen zelf al gebruikt om de deelnemers te oriënteren op de toekomst, de verschillende opgaven en relevante waarden.
  • Gebruik van meerdere (contextueel ingekleurde) toekomstperspectieven: Als inleiding van de ontwerpsessie is er een beeld geschetst van de toekomst van de binnenstad. Dit was niet zozeer een duidelijk samenhangend verhaal, als wel een verkenning van mogelijkheden en ‘gekkigheden’ bedoeld als inspiratiebron. Ook de drie ‘perspectieven’ (collectief, connectief en duurzaam) die gebruikt werden in deel 2 van de sessie, leken van waarde te zijn. Niet eens zozeer in het stimuleren van een creatief proces, maar vooral als collectief oriëntatiepunt van waaruit nieuwe koppelkansen konden worden bedacht. Ze leken een brug te vormen tussen heden en toekomst, en als zodanig tussen ‘werkelijkheidsdenkers’ en ‘toekomstdenkers’.
  • Inzetten van gespreksvormen in online ontwerpomgeving: Ontwerpen in een online omgeving werkt anders dan ontwerpen in fysieke omgeving. Je mist bewegingsruimte en allerlei lichamelijke en sociale feedback die er in een ‘normale’ sessie wel is. Een aantal deelnemers gaf bijgevolg aan soms de ‘energie’ te missen of ‘leeg te lopen’. Dat leek met name te gelden bij een monoloog, of wanneer deelnemers (individueel) gedachten op conceptboard aan het uitwerken waren. Een interessante uitzondering vormden gesprekken naar aanleiding van vragen van procesbegeleiders in de deelgroepen. ‘Er ontstaan verhalen’ was de constatering. Een voorbeeld: naar aanleiding van een vraag over het toekomstig gebruik van openbare ruimte (Wat zijn mensen aan het doen? Hoe verplaatsen ze zich?) ontstond er een levendige dialoog over vervoersmiddelen (deelfietsen of zelfrijdende shuttles?), de digitale samenleving (willen mensen bewegen, of zitten ze voornamelijk stil als in ‘WALL-E’?) en toekomstige vormen van afvalverwerking (stel je voor, 3D-printers op straat waar je iets ingooit en er komt zo iets nieuws uitrollen!).
  • Expliciet maken van opgaven en waarden: Tijdens de ontwerpsessie is er in woord, beeld en geluid aandacht gegeven aan de verschillende opgaven en waarden, en de verbondenheid daartussen. Dit met behoud van ruimte om ook andere zaken die volgens deelnemers van belang zijn te benoemen en mee te nemen in het ontwerpproces. De resultaten lijken aan te geven dat dit heeft gewerkt. Veel vooraf benoemde opgaven en waarden kwamen terug in de discussie en in de geïdentificeerde koppelkansen. Er werden diverse accenten en kanttekeningen geplaatst, en er kwamen ‘nieuwe’ waarden aan de oppervlakte.
  • Navigeren op het onderbuikgevoel: Het inzetten van afwegingskaders komt veelal voort uit het idee dat dit leidt tot een meer objectieve en rationele keuze, in dit geval tussen verschillende koppelkansen. Waar afwegingskaders in processen van meervoudige waardecreatie zeker een belangrijke rol kunnen spelen, is de vraag of dat ook geldt voor een ontwerpsetting waarin het vooral zaak is om gezamenlijk tot nieuwe of verder uitgewerkte ideeën te komen. In deze ontwerpsessie is ervoor gekozen om, in ieder geval te dele, te koersen de ‘gut-feeling’ van deelnemers. In eerste instantie door deelnemers te vragen eerste associaties op papier te zetten (deel 1) en vervolgens door, weliswaar beargumenteerd, naar persoonlijke voorkeuren te vragen – ‘Welke idee verdient het het meest om uitgewerkt te worden, en waarom?’ (deel 3). Dit leek eraan bij te dragen dat deelnemers in relatief korte tijd toch op een ander denkspoor terecht kwamen. Een spoor dat voor hen persoonlijk aantrekkelijk en interessant is, en dat ook in het verdere verloop van het ontwerpproces mogelijkheden biedt.

Openstaande vragen

Bovenstaande lessen zouden kunnen dienen als richtingaanwijzers in het verdere ontwerpproces in de Amsterdamse binnenstad. En meer generiek misschien wel als set richtinggevende principes voor meervoudige waardecreatie. Maar daarmee zijn we er natuurlijk niet. Er zijn nog tal van openstaande vragen. Een selectie:

  • Hoe pas je deze richtingaanwijzers toe in andere sessies? En zijn ze ook bruikbaar op het moment dat je niet gaat ‘divergeren’ (d.w.z. nieuwe ideeën genereren), maar gaat ‘convergeren’ (d.w.z. selecteren, verder uitwerken)?
  • Wat maakt meervoudige waardecreatie uniek? Wat is anders dan bijvoorbeeld ‘integrale benaderingen’ of ‘co-creatie processen’, of zijn deze termen inwisselbaar?
  • Wat is precies het verschil tussen ‘waarde’ en ‘waarden’? En hoe relevant is zo’n onderscheid?
  • Hoe behoud je aandacht voor waarde(n) in het verdere ontwerpproces? En is dat nodig?
  • Is het mogelijk om waarde(n) op een of ander manier te kwantificeren? En welke tools en modellen zijn er al beschikbaar op dit gebied? (bijv: MKBA of het six capitals framework)
  • Hoe verhouden deze modellen zich tot bestaande (institutioneel verankerde) waarderingsmodellen en waardensystemen? En hoe kom je tot verandering?

Deze vragen zullen niet zonder omhaal te beantwoorden zijn. In het Koppelkansen Traject en in Onderzoeksproject TransB gaan we op zoek door, met input van theorie, te leren in en van de praktijk.

Door | Joeri Naus – Actieonderzoeker Duurzame Gebiedsontwikkeling, Universiteit van Amsterdam

Koppelkansen