‘Uiteindelijk kan iedere partner de vruchten plukken van koppelkansen’

AnenmarijKooistra[8676]

Hoe kom je van een lappendeken aan opgaven, sturingen en budgetten tot integraal werken – mét de nodige vaart en resultaatgerichtheid? Directielid Annemarij Kooistra ziet binnen het Programma Bruggen en Kademuren (gemeente Amsterdam) mooie kansen voor integrale samenwerking. ‘Uiteindelijk kunnen alle partners de vruchten plukken, maar veel hangt af van de inspanning die ieder bereid is te doen in het eigen organisatieproces’.

Wat is voor PBK de waarde van Koppelkansen?

We zien we dat we vanuit het PBK veel waarde kunnen toevoegen als we met elkaar koppelkansen realiseren. Waarom zou je een kademuur openhalen en terugzetten zónder de kans te benutten om bijvoorbeeld ook energie-opslagcapaciteit toe te voegen? Tegelijkertijd is er een spanningsveld tussen de urgentie van de opgave en de factor tijd. Door vraagstukken te verbinden, maak je het tijdelijk ingewikkelder, en bestaat het risico dat je vastloopt. De kans en uitdaging is daarom om waarde toe te voegen, zonder dat we uit de planning lopen en met de kosten op de plek waar ze thuishoren.

In het Kansenboek Gracht van de Toekomst is al veel kennis en ervaring gebundeld rondom koppelkansen. Wat nemen jullie hiervan mee?

Dat het belangrijk is om in een vroeg stadium contact te zoeken met partijen die mogelijke koppelkansen kunnen realiseren. We hebben geleerd dat last minute wijzigingen het proces onnodig duur en traag maken. Daarnaast willen we generieke afspraken maken over – nog te kiezen – locaties waar we meerwaarde willen realiseren. Want de koppelkansen moeten breed toepasbaar zijn, en niet slechts op één locatie.

Wat zie je als grootste uitdaging?

Het team Gracht van de toekomst heeft veel kansen verkend, waaronder een aantal technische innovaties, die we kunnen toepassen. De complexiteit zit vooral in afstemming. Als je bijvoorbeeld energie uit een kademuur wilt winnen, is de vraag wie behoefte heeft aan die energie, wie het levert, wie koppelt, en wie eraan verdient. Dit kun je niet binnen een kadeproject regelen; daarvoor moet gezamenlijke governance en financiering worden gevonden.

Hoe zie je de rol van PBK in het realiseren van koppelkansen?

Als PBK hoeven wij geen regie te voeren, maar we zullen zeker niet afwachtend zijn. We gaan op zoek naar partijen die kunnen koppelen, en zullen hen expliciet vragen welke kansen zij zien. Belangrijk is om transparant te zijn over ons proces, zodat helder is binnen welke termijn ideeën ingebracht kunnen worden.

Hoe kan het Integraal Gebiedsplan (IGP) jullie helpen?

We hopen dat het IGP onze start kan versnellen. Dan moet je denken aan het vinden van gebieden waar vruchtbare grond is voor het realiseren van koppelkansen, en zicht op de partijen met wie we samenwerking kunnen zoeken. Ik verwacht niet dat het IGP per definitie bepalend is, maar zie het als een handvat.

Wat is de belangrijkste sleutel tot succes?

Die zit voor mij met name in het commitment van partijen aan samenwerking. Ofwel: de bereidheid om een inspanning in je eigen proces te doen, en een financiële bijdrage te leveren – en daarin niet te wachten op elkaar maar zelf naar voren stappen. Dát is de waarde van Koppelkansen, die we in gezamenlijkheid met partners hebben te organiseren. Maar in the end zijn wij als PBK ervoor om een kademuur te vervangen, en niet om bij andere partijen te sturen op integrale samenwerking. Ik hoop dat hier concrete casuïstiek uit volgt, zodat we met elkaar kunnen leren hoe we dit slim aanpakken.

Wat zou de best mogelijke uitkomst van dit proces zijn?

We willen schaalbare koppelkansen vinden en goede afspraken maken over onze rollen en een gezamenlijke portemonnee. Zo kunnen we erin slagen om het werk van elke koppelpartner ook echt goedkoper te maken. Dat is natuurlijk niet meteen het geval, het kost eerst méér tijd, maar naarmate we beter weten hoe we integraal kunnen organiseren, zal dit veranderen. Maar ook het feit dat de straat minder vaak open hoeft als we integraal werken, is winst – in termen van minder hinder.

Koppelkansen