Kansengelijkheid in de openbare ruimte 

gelijke kansen 3 Size

Hoe zorg je ervoor dat investeringen in de openbare ruimte daadwerkelijk bijdragen aan gelijke kansen voor Amsterdammers? Die vraag stond centraal in de Slim* meet-up van mei waarin Pieter en Maurijn van het Stedelijke Strategieteam vertelden over hun onderzoek naar Ongelijk Investeren in Gelijke Kansen (OIGK). 

Hoewel het onderwerp inmiddels stevig op de agenda staat, blijkt de praktijk weerbarstig. Juist daarom biedt het onderzoek waardevolle inzichten voor iedereen die werkt aan onderhoud, buurtgerichte aanpakken, gebiedsontwikkeling en stedelijke vernieuwing. De kwaliteit van de ruimte heeft direct invloed op kansen voor bewoners. Onderzoek laat zien dat inwoners van buurten met een lagere sociaaleconomische status (SES) gemiddeld minder gunstig scoren op verschillende maatschappelijke indicatoren. Tegelijkertijd zijn er tussen buurten grote verschillen zichtbaar in de kwaliteit van de openbare ruimte. Dat roept de vraag op: hoe kan de gemeente haar inzet beter organiseren om gelijke kansen te bevorderen?

Van ambitie naar toepassing 

Het begrip ‘ongelijk investeren’ kreeg een plek in het coalitieakkoord, maar zonder uitgewerkte aanpak. Binnen OIGK is daarom onderzocht hoe investeringen doelgerichter kunnen bijdragen aan kansengelijkheid. Gaandeweg ontstond vanuit verschillende delen van de organisatie behoefte om het gedachtegoed praktisch toepasbaar te maken.
Zo spelen vragen als:

  • Hoe ga je om met buurten waar de openbare ruimte zichtbaar achterblijft?
  • Wanneer is gemeentelijke inzet nodig en wanneer ligt initiatief bij bewoners?
  • Hoe kunnen investeringsprogramma’s rekening houden met kansengelijkheid?
  • Hoe maak je zichtbaar wat de effecten zijn van ongelijk investeren?

Om die vragen te ondersteunen zijn inmiddels stappen gezet. Zo wordt de SES-kaart meegenomen in gesprekken over programma’s voor de openbare ruimte en gebiedsgerichte opgaven. Ook wordt gewerkt aan een prioriteringsleidraad die extra gewicht geeft aan buurten waar de maatschappelijke opgaven groter zijn.

Vergelijkbare patronen in stadsdelen 
Tijdens sessies in verschillende stadsdelen kwamen opvallend vergelijkbare patronen naar voren. De uitdagingen blijken vaak minder technisch dan organisatorisch van aard.
Veelgenoemde belemmeringen zijn:

  • Structureel tekort aan middelen ten opzichte van de ambities.
  • Schaarste aan capaciteit, waardoor interne concurrentie ontstaat.
  • Versnipperde verantwoordelijkheden tussen afdelingen en assettypen.
  • Beperkte kennisuitwisseling tussen organisatieonderdelen.
  • Een sterke focus op technische normen, terwijl de beleving van bewoners minder aandacht krijgt.
  • Tijdelijk ‘lapwerk’ dat relatief duur kan uitvallen, en tot teleurstelling kan leiden.
  • Gebiedsontwikkelingen die fysiek en financieel scherp worden afgebakend, waardoor kansen buiten projectgrenzen blijven liggen

Daarnaast speelt een hardnekkig vraagstuk rondom prioritering. Wanneer mensen, middelen en tijd schaars zijn, is niet altijd duidelijk op welk niveau keuzes gemaakt moeten worden. Vraagstukken landen daardoor regelmatig bij planners of projectleiders, terwijl de afweging eigenlijk organisatiebreed gemaakt zou moeten worden. Het onderliggende patroon is daarmee niet alleen een gebrek aan middelen, maar ook de uitdaging om gezamenlijk keuzes te maken en prioriteiten te stellen.

Van onderhoud naar maatschappelijke waarde 
Een belangrijke conclusie uit de bijeenkomst was dat onderhoud steeds minder alleen over ‘in stand houden’ gaat. Juist in het reguliere onderhoud liggen kansen om buurten stap voor stap beter te maken. Kleine verbeteringen kunnen grote maatschappelijke effecten hebben wanneer ze gericht worden ingezet op plekken waar de behoefte het grootst is. Binnen Verkeer & Openbare Ruimte (V&OR) is daarom een beweging zichtbaar waarin maatschappelijke waarde nadrukkelijker wordt meegewogen naast technische en financiële afwegingen. Dat vraagt om een andere manier van werken: minder reageren op incidenten en meer investeren in integraal, gebiedsgericht handelen.

Samenwerking SST en Slim* 
De inzichten uit OIGK raken diverse ontwikkelingen in de organisatie. Het Stedelijk Strategie Team (SST) en Slim* vullen elkaar hierin goed aan. Waar SST werkt aan de strategische voorwaarden voor verandering, verbindt Slim* signalen uit de praktijk en vertaalt deze naar concrete verbeterkansen. Door samen op te trekken kan agendering, sturing, prioritering en organisatieontwikkeling meer l;eir en diepte krijgen.

Lees meer over het werk van het Stedelijk Strategie Team op Open Research